THE ONE

BLANKENBERGE, 2018

Een bijzondere locatie…

Het perceel ligt op een beeldbepalende locatie, waar de kustbaan (Koning Albert I-laan) en de tram elkaar ontmoeten. Op deze bijzondere locatie aan zee, op een zeldzame plek waar duinen en polders elkaar raken, verrijst een prachtig nieuw woonproject dat een nieuwe betekenis heeft aan ‘wonen aan zee’.

Het ontwerp voor dit appartementsgebouw kreeg vorm door het vertalen van alle troeven in de omgeving van de site. De zeldzame kwaliteiten benadrukken de exclusiviteit op de site. De site ligt op de grens van bebouwd, namelijk het centrum van Blankenberge, en onbebouwd, namelijk het natuurreservaat, de duinen en het strand. Het gaf ons de opportuniteit niet mee te werken aan de klassieke bebouwing op de zeedijk die veelal zorgt voor een grote schaduwwerking naar de dijk toe. In tegenstelling tot de traditionele manier van bouwen creëerden we hier een compacter en hoger volume, waardoor we heel veel open ruimte naast het torenvolume kunnen vrijwaren. Hierdoor werd geen muur gecreëerd, maar een kamstructuur die bebouwing afwisselt met open ruimte.

Afwisselende ritmiek als basis voor een rustige architectuur…

De kopfunctie zet de architectuur nog meer in het beeld. Vanuit architecturaal oogpunt werd gekozen om geen eenduidige kop te ontwerpen, maar een spel van terrassen uit te werken. Hierdoor ontstaat een speels volume. Vooreerst werd op het driehoekig perceel een ingesneden footprint ontworpen om geen banale vlakke gevelarchitectuur te bekomen maar een spel van volumes die in- en uitspringen om de zichten op de zee, de duinen, de polders en de stad te maximaliseren.

Door deze vormgeving werden hoofdzakelijk hoekappartementen gecreëerd, waarbij de perspectieven vanuit de leefruimtes niet frontaal werden gericht naar één zijde maar als een panorama werden opengetrokken. De terrassen verspringen per verdieping om veel meer licht binnen te trekken in de woningen. Hierdoor ontstaat tegelijk een interessant architecturaal spel, waarbij de twee verdiepen boven elkaar geen identieke kopieën van elkaar vormen.

Door een afwisselende ritmiek te ontwerpen ontstaat een soort van rust. Planmatig werden de woningen ingedeeld op een manier dat geen enkel appartement kan binnekijken bij een ander.

In de hoogte werd het volume opgesplitst in twee delen, waarbij op het scharnier een fijne ontmoetingsplek met een groot terras met zeezicht voor het ganse gebouw kon worden ondergebracht.

Een horizontale gelaagdheid die zorgt voor de nodige identiteit…

Het gebouw werd opgedeeld in drie horizontale delen. Het onderste deel is een verderzetting van de grondoppervlaktes en de bouwzone. Dit deel gaat de grenzen opzoeken van de bouwzone en telt 8 bouwlagen. Deze zone werd ingedeeld met uitsluitend woonentiteiten en circulatie. Daarboven bevindt zich de middenzone. Deze zone springt deels naar binnen in de as van het gebouw en zorgt op deze manier voor een eerste architecturale afbouw van het project. De zuid -westelijke zijde werd behouden tegen de bouwlijn. De noord – oostelijke ‘kop’ werd ook behouden op de bouwlijn zodoende de nodige entiteit en ‘kopfunctie’ aan het gebouw te kunnen geven. Op deze levels werd onder meer een community skybox ontworpen. Bovenop de middenzone werd de afbouwzone voorzien. Deze top van het gebouw telt 1 en 2 bouwlagen en krijgt een differentiatie in bouwhoogte om op deze manier het gebouw effectief af te werken. De opsplitsing in twee volumes benadrukt nogmaals de kamstructuur die we wensen toe te passen met onze architectuur.