TRAVERS

HOUTHULST, 2017

Architectuur voor afscheid…

Het bestaande rouwcentrum werd ontworpen midden jaren ’90, maar bood op heden geen antwoord op de snel wijzigende beleving van het afscheid nemen. Door zijn specifieke architectuur een moeilijke circulatie was het onmogelijk geworden afscheidsdiensten te organiseren voor grotere groepen en was de serene beleving, dat wordt verwacht tijdens het afscheid nemen, zoek. Er was vooral behoefte aan een efficiënte reorganisatie van het grondplan, om zo de coherentie en de flow te verbeteren. De vraag was simpel, de uitdaging des te groter. Architectuur krijgt een heel bijzondere gedaante wanneer de dood in het spel is. Het nieuwe concept moest zich als het ware ter beschikking stellen van de gebruikers. Architectuur wordt nooit zo zuiver ervaren als op dit soort momenten.

Het bestaande gebouw werd in oppervlakte minimaal uitgebreid. Vooral de toevoeging van een nieuwe trap naar de eerste verdieping moest een logische organisatie van het gebouw mogelijk maken. Daarnaast was de beleving van cruciaal belang. Spelen met hoogtes, licht, materiaal en verlichting zorgde voor een sacrale sfeer en een grote coherentie. Vanaf het eerste ontwerp werden bewust weinig lijnen getekend. Het gebouw moest transparant en leesbaar worden. Door enkele doordachte ingrepen kreeg de uitbreiding een grote impact op het functioneren. Buiten werd gekozen voor een donkere betonsteen in een lang formaat. Dit in combinatie met grote ramen en dagkanten die het perspectief nog extra benadrukken.

Het circuleren vormt de drager…

Hoewel het in eerste instantie niet evident leek om de functies op het gelijkvloers en op de eerste verdieping met elkaar te verbinden, was het noodzakelijk dat er een wisselwerking ontstond. Wie het rouwen reeds heeft ervaren weet dat een gebouw vooral moet leiden. Er moet een natuurlijke beleving ontstaan, waardoor je door rust omringt wordt. Die rust werd doorgetrokken in de materialen. Steentapijt, vilt en eik vormen de basis van het ontwerp. Door het lichte kleurenpallet kunnen we stellen dat het gebouw zich niet opdringt, waardoor alle aandacht kan gaan naar de persoon die het verdient. Ook de noodzakelijke functies, als de winkelruimte en de bespreekruimtes, werden subtiel verborgen achter semi-doorzichtige  en flexibele wanden. Door de grote glaspartijen lijkt het alsof er geen muren staan en alsof het gebouw opgenomen wordt in het daglicht.

De nieuwe inkom zorgt voor een duidelijke ontvangstruimte waar men de tijd krijgt om zijn weg te zoeken, naargelang de plaats die bezocht wordt. Door een spel van ontdubbelde wanden ontstaat een duidelijke looplijn, waar onderweg perspectieven worden gecreëerd. Deze perspectieven zorgen ervoor dat het gebouw op een subtiele manier ervaren wordt. De grote trap leidt naar de aula op de eerste verdieping. Een ruimte onder het dak waar een sereen en rustig gevoel heerst. De eiken lambrisering, de indirecte verlichting en de lange banken in vilt zorgen ervoor dat de ruimte niet meer aandacht opeist dan puur noodzakelijk.

grafisch materiaal © A1 Planning & Luc Roymans

A1PLANNING_TRAVERS_04